|
DCD staat voor Developmental Coordination Disorder (ook wel dyspraxie genoemd), in het Nederlands vertaald als stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van bewegingen. Dit is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van (licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een grote bewegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met fijnmotorische vaardigheden. Deze problemen kunnen apart voorkomen, maar veel vaker treden ze in combinatie op. DCD lijkt voor te komen bij 5 tot 10 % van de schoolgaande kinderen. Vaak zijn het jongens. In diverse onderzoeken worden verhoudingen genoemd van 4 meisjes tot 10 jongens.
Volgens de DSM (het internationale handboek met beschrijving van psychiatrische stoornissen) is DCD/dyspraxie te herkennen aan de volgende kenmerken: • De uitvoering van dagelijkse handelingen, welke motorische coördinatie vereisen, is beduidend slechter dan verwacht", gezien de chronologische leeftijd van een kind en het gemeten intelligentieniveau. Dit kan tot uiting komen in het later bereiken van motorische mijlpijlen (zoals lopen, kruipen, zitten), in het laten vallen van voorwerpen, 'houterigheid', slechte prestaties bij sport, of een slecht handschrift. • De aandoening beïnvloedt zichtbaar de schoolse prestaties of algemene dagelijkse activiteiten. • De aandoening is niet het gevolg van een medische conditie (zoals cerebrale parese (verlamming) of spierdystrofie), en voldoet niet aan de criteria van een Pervasieve Ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS) • Als er sprake is van mentale retardaties, moeten de motorische problemen ernstiger zijn dan de problemen die normaal gesproken bij mentale retardatie voorkomen.
|